Ik dacht dat ik mijn dochter moest redden, maar vergat mijzelf

Geschreven door: Laura van der Veen

Toen Mandy’s dochter op haar zeventiende de diagnose anorexia kreeg, dacht ze dat ze wist wat haar te doen stond. Als moeder zou ze haar helpen, steunen en door de moeilijkste periode van haar leven heen trekken.

“Ik dacht: dit kan ik aan. Ik ga haar helpen. Ik ga uren met haar aan tafel zitten, haar troosten en haar erdoorheen slepen.”

Als moeder wilde ze doen wat ze altijd had gedaan: zorgen. Oplossen. Er zijn wanneer haar kind haar nodig had. Maar al snel ontdekte Mandy dat een eetstoornis niet iets is wat je als ouder kunt oplossen met liefde, geduld en doorzettingsvermogen alleen.

Wat volgde was niet alleen een zware periode voor haar dochter, maar ook voor Mandy zelf. Niet omdat haar dochter iets verkeerd deed, maar omdat het als ouder bijna ondraaglijk kan zijn om je kind te zien lijden zonder dat je het kunt wegnemen.

Vechten tegen het oncontroleerbare

In het begin probeerde Mandy vooral sterk te blijven. Natuurlijk maakte ze zich zorgen, maar ze had vertrouwen dat haar dochter met de juiste hulp zou herstellen. Dat vertrouwen begon langzaam af te brokkelen toen bleek hoe hardnekkig de eetstoornis was.

Toen haar dochter opgenomen werd, gaf dit in eerste instantie wat rust. Even voelde het alsof er een last van haar schouders viel. Maar die opluchting bleek van korte duur. “Toen bleek dat ze ook daar niet at, kwam alle angst direct terug.” Vanaf dat moment begon Mandy steeds meer de controle kwijt te raken. Of beter gezegd: ze ontdekte dat ze die controle nooit echt had gehad.

Ze wilde weten hoe het ging. Of haar dochter had gegeten. Of de behandeling aansloeg. Of hulpverleners niets over het hoofd zagen.  Ze was voortdurend bezig met wat er kon gebeuren en hoe ze dat kon voorkomen.

Achteraf ziet ze daarin een opvallende overeenkomst. Niet omdat haar strijd hetzelfde was als die van haar dochter, maar omdat ze allebei probeerden om te gaan met een situatie die volledig uit de hand leek te lopen.

“Pas later besefte ik dat ik eigenlijk ook de controle probeerde terug te krijgen. Bij eetstoornissen speelt controle vaak een belangrijke rol. Waar mijn dochter op haar manier probeerde grip te krijgen, deed ik dat door voortdurend bezig te zijn met hoe het met haar ging.”

Hoe onzekerder de situatie werd, hoe meer Mandy ging controleren, nadenken en piekeren. Ze bleef zoeken naar antwoorden, geruststelling en zekerheid. Maar hoe harder ze haar best deed om grip te krijgen, hoe verder die grip leek te verdwijnen. “Ik dacht dat ik controle hield, maar eigenlijk werd ik alleen maar angstiger.“

Hoe graag ze ook wilde helpen, oplossen of beschermen, ze kon de eetstoornis niet wegnemen. Ze kon niet bepalen of haar dochter zou eten. Ze kon niet voorkomen dat het mis zou gaan. En dat gevoel van machteloosheid vrat aan haar. Niet haar dochter, maar het voortdurende gevoel dat ze haar niet kon beschermen, begon haar langzaam op te breken.

“Ik wilde graag grip houden op de situatie. Ik wilde weten hoe het ging, of ze wel had gegeten, of ze veilig was. Maar ik had daar helemaal geen controle over.”

De angst werd steeds groter. Mandy begon de dag  met paniek en eindigde ermee. Ze huilde veel, sliep slecht en piekerde voortdurend. De zorgen die eerst alleen overdag aanwezig waren, namen langzaam haar hele leven over.

“De informatie die ik van hulpverleners kreeg over mijn dochter kwam op een gegeven moment niet eens meer binnen. In kon nog maar één ding denken: mijn kind gaat dood.”

Die gedachte bleef zich herhalen. Steeds opnieuw. Tot er bijna geen ruimte meer was voor iets anders. “Ik kreeg meerdere paniekaanvallen per dag. Ik functioneerde nauwelijks nog. Mijn hele leven draaide om angst.”

Ook ik had hulp nodig

Uiteindelijk kwam Mandy op een punt waarop ze zelf niet meer verder kon. De angst, spanning en machteloosheid hadden haar volledig uitgeput. Na een crisis werd zij zelf opgenomen op de PAAZ.

“Ik dacht alleen maar: wat doe ik hier? Mijn dochter had hulp nodig, niet ik.” Maar achteraf kijkt ze daar anders naar. “Nu weet ik dat er eigenlijk twee mensen waren die hulp nodig hadden.” Niet omdat haar dochter verantwoordelijk was voor hoe het met haar ging, maar omdat niemand ongeschonden blijft wanneer angst jarenlang de hoofdrol speelt.

Tijdens haar herstel ontdekte Mandy iets wat ze daarvoor nooit echt had gekund: hulp accepteren. Ze leerde dat ze niet alles alleen hoefde op te lossen. Niet alles hoefde te dragen. Niet overal verantwoordelijk voor was.

“Ik was altijd degene die doorging. Die alles regelde. Die voor iedereen zorgde. Nu moest ik leren om ook voor mezelf te zorgen.” Dat bleek misschien wel een van de belangrijkste lessen uit haar leven.

Ik leerde dat ik ook belangrijk ben

Wanneer Mandy terugkijkt op die periode, zegt ze: “Ik ben nooit meer de oude geworden.” Maar als ze dat zegt, klinkt daar niet alleen verlies in door. Want de vrouw die ze vroeger was, zette zichzelf altijd op de laatste plaats. Ze zei overal ja op. Ging altijd door. Zorgde voor iedereen behalve voor zichzelf.

“Ik heb geleerd dat ik ook belangrijk ben. Dat ik nee mag zeggen. Dat ik rust nodig heb. Dat ik niet tien dingen op een dag hoef te doen.”

Ook voor haar dochter kwam er uiteindelijk weer perspectief. Stap voor stap vond zij haar weg terug. En ook Mandy herstelde. “Ik heb geleerd dat goed voor jezelf zorgen geen luxe is. Het is noodzakelijk.”

Mandy vertelt haar verhaal niet omdat ze haar dochter verantwoordelijk houdt voor wat er gebeurde. Integendeel. Ze weet als geen ander dat haar dochter zelf vocht tegen een ernstige ziekte. Dit verhaal gaat over iets anders: over wat langdurige zorgen, angst en machteloosheid met een ouder kunnen doen. Over het feit dat niet alleen degene die ziek is ondersteuning nodig heeft, maar soms ook de mensen die er dag en nacht naast staan.

Wat Mandy andere ouders mee wil geven

Tot slot heeft Mandy een boodschap voor alle ouders die zich misschien herkennen in haar verhaal. “Schaam je niet. Het kan iedereen overkomen. Je kiest hier niet voor.”

En misschien nog wel belangrijker: “Probeer het niet alleen te dragen. Ook ouders verdienen hulp. Ook ouders mogen gezien worden.”