"Vroeger was ik overal goed in en nu kan ik bijna niets meer"

Geschreven door: Laura van der Veen | 28-01-2026

“Vroeger was ik overal goed in en nu kan ik bijna niets meer.”
Dat waren de woorden die ik vandaag tegen mijn moeder uitsprak. Gisteravond was ik al in het openbaar in huilen uitgebarsten en met een paniekaanval naar huis gereden. Vandaag bleef het verdriet hangen. Het verdriet om alles wat ik niet meer kan.

Mijn gedachten gingen terug naar hoe mijn leven tot nu toe is verlopen. En ja, ik was inderdaad in veel dingen goed. De basisschool doorliep ik vlekkeloos. Ook de middelbare school en het HBO gingen me ogenschijnlijk moeiteloos af. Ik was goed in sport. Op de middelbare school rende ik tijdens de coopertest en de piepjestest zo alle jongens eruit. Touwklimmen? Ging me makkelijk af. Zwemmen ook. Zo stond ik zelfs meerdere keren in de (B-)finale tijdens de Nederlandse Kampioenschappen.

En wiskunde — daar was ik ook goed in. Ik luisterde nooit naar de uitleg, omdat ik daar alleen maar van in de war raakte. Ik had mijn eigen manier. Die klopte bijna altijd. Zo haalde ik voor mijn eindexamen een 9,8.
En natuurlijk mijn werk als verpleegkundige. Ja, daar was ik écht goed in. Tot een bepaald moment.

 

Maar waar ben ik nu nog goed in? Die vraag houdt me al lange tijd bezig. Begrijp me niet verkeerd: ik ben ontzettend dankbaar voor hoe het nu met me gaat, zeker als ik het vergelijk met drie jaar geleden. En toch… ik ben nooit meer de oude geworden. En dat doet pijn.

Misschien is dat ook maar goed. Want als ik weer de oude Laura zou zijn, is de kans groot dat ik opnieuw in dezelfde patronen zou belanden — en dus weer in hetzelfde dal. Maar ondanks dat mis ik haar. De oude Laura. Je identiteit verliezen doet pijn. En een nieuwe opbouwen kost tijd.

Mijn behandelaren noemen het levend verlies. En bij levend verlies hoort rouw. Het klinkt vreemd om te rouwen terwijl je nog leeft en ogenschijnlijk gezond bent, maar ik kan me steeds beter vinden in die benaming. Het is rouw, en het is wennen. Ik overschat mezelf vaak. En anderen doen dat trouwens ook. Want aan de buitenkant zie je niets. Maar als je goed kijkt — en écht luistert — merk je dat er iets aan de hand is. Dat ik niet meer de oude Laura ben.

Laura van der Veen

Wat ik vaak heel dubbel vind, is dat anderen vaak zeggen dat ik zoveel talenten heb. En ja, misschien is dat zo. Maar wat heb je aan talenten als je binnen twee weken volledig leeg bent door stress, paniek en verwachtingen? Dan blijft er weinig over. Tegelijkertijd is het ook fijn dat ze gezien worden. Zelfs als ik er op dit moment niets mee doe.

Waar het me misschien wel het meest raakt, is hoe weinig ruimte er lijkt te zijn voor mensen die niet mee kunnen in het tempo dat als normaal wordt gezien. Ik kan geen hypotheek krijgen. Niet omdat ik geen dromen heb, niet omdat ik geen verantwoordelijkheid wil dragen, maar omdat ik niet pas binnen het systeem. Soms voelt dat alsof ik niet meetel. Alsof mijn bestaan minder waard is, omdat mijn manier van leven niet aansluit bij wat de maatschappij als ‘volwaardig’ beschouwt.

En toch probeer ik het steeds opnieuw. Ik wil bijdragen. Ik wíl iets doen. Daarom stap ik keer op keer in vrijwilligerswerk, in nieuwe pogingen om mee te doen. Maar elke keer opnieuw bezwijk ik onder de druk. Onder verwachtingen die misschien niet eens hardop worden uitgesproken, maar die ik feilloos aanvoel. Verwachtingen om te presteren, om door te zetten, om flexibel te zijn. Verwachtingen die langzaam zwaarder worden, tot ik ze niet meer kan dragen.

Door mijn autisme neem ik dingen vaak letterlijk. Opdrachten, afspraken, woorden. Wat voor de één vanzelfsprekend is, moet voor mij duidelijk zijn. En als die duidelijkheid ontbreekt, ontstaan er misverstanden. Achteraf zie ik ze vaak pas. Dan voel ik schaamte. Verdriet. Het gevoel dat ik het wéér niet goed heb gedaan, terwijl ik zo mijn best deed. Het stapelt zich op. Elke keer een klein stukje zelfvertrouwen minder.

Mensen overschatten me. Ze zien mijn intelligentie, mijn zorgzaamheid, mijn talenten. Ze vragen of ik kan helpen. Of ik dit even wil doen. Of dat ook nog. En ik zeg ja. Te vaak. Omdat ik wil laten zien dat ik het kan. Omdat ik bang ben om teleur te stellen. Omdat ik niet weer degene wil zijn die afhaakt. Ondertussen verberg ik mijn stress, mijn angst en het gevoel van overvraagd worden. Ik lach, knik, ga door. Tot het niet meer gaat. En dan is het er weer. Het moment waarop ik instort. Waarop het verdriet alles overneemt. Waarop de schaamte toeslaat, omdat ik opnieuw het gevoel heb dat ik heb gefaald. Niet alleen naar anderen toe, maar vooral naar mezelf.

Misschien is dat wel het pijnlijkste aan dit alles: dat het niet gaat om niet willen, maar om niet kunnen — en dat verschil zo vaak onzichtbaar blijft. Dat je van buiten capabel lijkt, terwijl je van binnen voortdurend aan het balanceren bent. Op zoek naar ruimte. Naar adem. Naar een manier van leven die past bij wie je nu bent, en niet bij wie je ooit was.

Ik ben niet meer de oude Laura. En dat doet pijn. Maar misschien hoeft dat ook niet te betekenen dat ik niets meer ben. Misschien betekent het alleen dat mijn waarde niet langer te vangen is in prestaties, contracten of verwachtingen. Dat ik besta, ook als ik minder kan. En dat dat, hoe moeilijk ook, genoeg mag zijn.

Wil je reageren op deze blog? Dat kan via onderstaand formulier. Je e-mail adres zal niet zichtbaar zijn op de website. 

Reactie plaatsen

Reacties

Astrid
11 dagen geleden

Lieve Laura,

Wat heb je je verhaal, je gevoelens en kwetsbaarheid mooi onder woorden gebracht.
Ondanks alles hoop ik dat er een tijd komt dat je jezelf helemaal kan omarmen en accepteren zoals je bent. Want je bent helemaal goed zoals je bent. Mensen die jou echt zien, zullen rekening met jou houden en ook volledig accepteren.
Ik zeg niet dat de weg hier naar toe gemakkelijk zal zijn, maar eens komt dat moment dat je helemaal jezelf mag en kan zijn.
Ik wens je heel veel liefde, licht en kracht.

Warme knuffel 💛.