Spoken word: Arbeidsongeschiktheid

Altijd die vraag: "Wat doe je voor werk?"
En iedere keer twijfel ik weer welk antwoord ik zal geven.
Niet omdat ik het niet weet.
Maar omdat de waarheid niet in één zin past.

Vroeger had ik een antwoord.
Ik werkte.
Ik zorgde.
Ik rende.
Ik hield vol.
Ik deed wat hoorde.
Tot ik het niet meer deed.

Niet omdat ik niet wilde.
Maar omdat het niet meer ging.

Arbeidsongeschikt.
Een woord dat klinkt alsof er iets stuk is.
Alsof je een apparaat bent dat niet meer aangaat.
Alsof waarde gekoppeld is aan kunnen werken.

Maar ik ben niet gestopt met bestaan.
Ik ben niet minder mens geworden.
Alleen minder bruikbaar in een systeem dat meet in uren, prestaties en productiviteit.

En toch blijft de vraag komen: "Wat doe je nu dan?"
Een vraag die voelt als: "Waar ben je nog goed voor?"

Dus ik oefen antwoorden.
Antwoorden die minder uitleg nodig hebben.
"Ik zit ziek thuis."
"Ik herstel."
"Ik ben even uit het werkende leven."

Maar geen van die zinnen zegt wat het echt is.
Dat energie geen vanzelfsprekendheid meer is.
Dat sommige dagen niet verder komen dan gewoon doorkomen.
Dat rust niet voelt als luxe, maar als noodzaak.
En dat ik nog steeds elke dag wakker word met een leven dat doorgaat, ook als ik niet meedraai.

Misschien moeten we stoppen met vragen wat iemand doet.
En vaker vragen hoe het met diegene gaat.
Want ik ben niet minder geworden.
Alleen anders zichtbaar.

En soms is dat het moeilijkste om uit te leggen.
Dat je nog steeds hier bent.
Maar niet meer in het vakje past dat ooit je leven was.
En misschien is dat wel het probleem.
Niet dat ik veranderde.
Maar dat we werk zo vaak gebruiken om te bepalen wie iemand is.